Archive for the ‘Blogs’ Category

De digitale snelweg

Vroeger, toen ik nog jong was en Catherine Keyl nog dagelijks een show op televisie had, pleitte een man in haar show voor het inbrengen van chips bij kinderen, om kinderen op die manier altijd te kunnen traceren. Als kind van tien bekroop me toen een onbehagelijk gevoel: Mijn ouders zouden dan altijd kunnen zien wat ik doe en gedaan heb! Dat wilde ik niet! De chip is er gelukkig (nog) niet gekomen. Toch maken steeds minder mensen zich tegenwoordig nog druk om hun privacy, binnen een paar jaar zijn waarschijnlijk alle mensen in Nederland van deur tot deur te volgen voor en door de overheid.
Continue reading De digitale snelweg

Amsterdam moet 620 miljoen euro bezuinigen

Zo las ik op nu.nl gistermiddag; 620 miljoen in 5 jaar, en naar het zich laat aanzien heeft wethouder Lodewijk Asscher zijn slachtoffers voor deze bezuinigingen al in het vizier: sport, kunst en cultuur en wellicht vertrek van een aantal ambtenaren. De eerste drie zijn wat ons betreft natuurlijk uit den boze maar de laatste kunnen we missen als kiespijn.

Ik stel dan ook voor dat er flink wordt gesneden in het aantal ambtenaren dat zich nu bezig houdt met zaken als het zero-tolerance beleid (want verwerpelijk/kortzichtig), de immer groeiende verstikkende regelgeving op horeca gebied en natuurlijk het monitoren van telefoongesprekken, elektronische correspondentie en dergelijke kwalijke op de privacy inbreuk makende praktijken.

Dan heb je al bijna genoeg bezuinigd dacht ik zo…

Een daadwerkelijke realisering van de 24-uurs economie in Amsterdam, in combinatie met versoepeling van regelgeving ten opzichte van de horeca en broodnodige stimulering van de creatieve sector, met als leuke bijkomstigheid dat eerder verloren toeristen publiek en cultuur snuivers hun weg naar Amsterdam weer gaan vinden, en je bent er ruimschoots.

Laat dan vervolgens al het gemeentelijk bureaucratisch interim-volk en andere overbodig ingehuurde vriendjes achterwege en de Noord-Zuidlijn kosten, cultuur-, kunst- en sportsubsidies kunnen weer betaald worden.

Dit zijn de ‘heilige huisjes’ die het echt verdienen omver getrapt te worden!

Rave on!

Teye Brandsma

Speelsheid versus veiligheid

Op vrijdag 16 oktober was Ravebaar Nederland te gast bij het debat Rotterdam (in)Tolerant in het Nederlands Architectuurinstituut. Het was een interessante avond waar we onze visie op speelsheid en veiligheid hebben gegeven en hierover in discussie zijn gegaan met een kunstenaar, filosoof, architect en een korpschef van de Rotterdamse politie. Hieronder lees je de speech die de voorzitter van Ravebaar Nederland, Loulou van Ravensteijn, deze avond gegeven heeft.

dalStel je deze situatie voor: je leeft met een groep mensen op een stuk grond, aan drie kanten van dit stuk grond is bos. Hier kun je wellicht verdwalen of verstrikt raken in een braamstruik. Aan een kant van het stuk grond ligt een ravijn, waar je wellicht in kan vallen als je er in een doldwaze bui hard op af rent. Wat zou je doen: Zou je willen dat er om het stuk grond hekken komen te staan zodat je niet kan vallen, verdwalen of verstrikt raken? Zou daarna meer controle je wens zijn, camera’s om te kijken of er iemand een plan beraamd om die hekken omver te duwen? Of zou je het laten zoals het was omdat je een brug wilt bouwen over het ravijn of je het gebied eromheen wilt verkennen?

Deze situatie schetst het beeld van het dilemma omtrent veiligheid. Het begrip veiligheid wordt de laatste tijd in de politiek veelvuldig gebruikt, veelal in de zin van een argumentatie om zaken waar vrijheid, ruimte voor creativiteit en privacy een grote rol in spelen, van de tafel te schuiven.

Wat betekent veiligheid eigenlijk? De van Dale weet ons te informeren dat veilig betekent; 1. Vrij van gevaar, en 2. Beschermd tegen gevaar.

Een simpel redeneerspelletje doet ons inzien dat als men, kosten wat het kost, de veiligheid wil verhogen, men blijkbaar in gevaar is, of, dat, mocht er plotseling een genetisch gemodificeerde prehistorische dinosaurus opduiken, men daartegen beschermd is. Het feit dat wat voorheen belangrijke zaken waren achteloos aan de kant worden geschoven, zou wel moeten betekenen dat het gevaar waar wij op dit moment aan blootgesteld staan erg groot is. Sterker nog, des te meer camera’s, hekken, regels en procedures hoe groter het besef van het gevaar dat je in het ravijn kunt vallen. Of verstrikt kunt raken in een braamstruik…

Deze behoefte aan veiligheid komt natuurlijk niet uit de lucht vallen, na de aanslagen van elf september heeft de tot dan toe in het moeras der veiligheid verzonken Westerse mens opeens ingezien hoe diep het ravijn is waar men naast woont. En dat als iemand de intentie heeft een ander in het ravijn te duwen, de kans op catastrofale gevolgen erg groot is. Het gevaar ligt plotseling constant op de loer.

Na elf september was er geen houden meer aan, de argumentatie voor het behoud van privacy hield geen stand meer. En als men zich niet meer veilig voelt is men bereid allerlei zaken op te geven, waaronder vrijheid en privacy, die het daarvoor nooit had willen verliezen. Men voelde zich niet meer veilig, men wilde actie.

dangerDe overheid wil graag laten zien dat ze naar de burgers luistert, zij wil laten zien dat ze ergens werk van maakt. Daarom worden er zichtbare en onzichtbare maatregelen genomen; camera’s, meer blauw op straat, telefoontaps, en, heel, heel veel procedures en regelgeving. De overheid is heden ten dagen net een bedrijf geworden met vragen als: Hoe blijft de burger mij trouw? Wat zijn de kosten en hoe minimaliseren wij die? Hoe laten we zien dat we wat voor de burger doen? Hoe komen we met ons beleid in de publiciteit?

En bij dit laatste zit nu juist een knelpunt: het zich bewijzen ten opzichte van de burger is volledig doorgeschoten. Het lijkt alsof de overheid op een zaterdagnacht de volledige politiemacht inzet om fietsers te controleren op het hebben van licht of het lopen met een biertje. Dan kunnen ze de volgende dag in de krant zetten dat ze wel veertig mensen opgepakt hebben. De politieman van tegenwoordig heeft een functietarget om een bepaald aantal bekeuringen uit te schrijven.

Maar daarmee is de overheid zijn taak volledig uit het oog verloren: door de juiste afweging de burger een zo plezierig mogelijk leven laten leiden. Als iemand overlijdt op een dancefeest ten gevolge van drugsmisbruik, worden er dertig undercoveragenten op afgestuurd om mensen op heterdaad te betrappen. Er wordt blijkbaar niet meer gekeken naar het doel van het beleid, maar slechts naar de intentie; “drugs mag niet en daarom voeren wij een streng repressiebeleid”. Maar is het doel niet een gelukkige burger? Een gelukkige burger is niet gebaat bij uit de hand lopend drugsgebruik maar evenmin bij de situatie waarbij iedereen die iets ‘verdachts’ uit zijn zak pakt meteen wordt meegevoerd en wordt opgedragen zich uit te kleden voor grondig onderzoek. Het feit dat het prima gaat met de andere negenennegentig procent van de bezoekers wordt niet meegewogen.

De overheid zou niet moeten luisteren naar het structureel incidentalisme dat zijn neiging tot ‘zich bewijzen’ voedt, want hierdoor is de controle te ver doorgeschoten naar het vlak waar het individu of de mens eigen verantwoordelijkheid behoort te hebben. De overheid zou per controle-issue moeten afwegen hoeveel meer men kwaad doet dan goed. Controle moet beperkt blijven tot dat wat echt belangrijk is. In het geval van de in het begin geschetste situatie houdt dat in dat je kunt waarschuwen voor het ravijn en de mogelijkheid tot verdwalen maar als de mens er uiteindelijk voor kiest dit risico te lopen, dan is dat zijn eigen verantwoording.

Met veiligheid is het net als met architectuur, de vormgeving ervan geeft een sfeer weer.

We onderscheiden twee soorten van veiligheid. speelseveiligheidDe eerste soort is veiligheid die je ervaart als je door een gebouw loopt met ronde vormen, spannende hoekjes en zachte lijnen. Het is de veiligheid die je voelt als je bij je vrienden en familie bent. Een gevoel van welbehagen en geborgenheid. Als er iets gebeurt, ben je in ieder geval op de juiste plek, met een fijne omgeving en mensen waar je van houdt. Er wordt op elkaar gelet, er is sociale controle. Naar buiten toe is er de overheid, die de grote zaken in de gaten houdt en waar je als eenling niets tegen kunt beginnen. Terrorisme, oorlogen, maar ook misdrijven als moord, diefstal, fraude en bedreiging. Er zijn wel regels, maar de overheid bemoeit zich niet met zaken die zichzelf kunnen regelen. De overheid is er, als je er zelf niet meer uit komt. De overheid is er, als dingen zichzelf niet meer kunnen regelen. De overheid weegt per geval de doeltreffendheid van de controle af tegen de consequenties van de controle. Hij is pragmatisch en laat ruimte voor eigen invulling. Dit noemen we speelse veiligheid.

De tweede is de kille veiligheid. killeveiligheidDe kille veiligheid kun je zien als een groot, kil, gebouw met een duidelijke structuur. Maar je voelt je niet prettig als je er doorheen loopt. Je wilt daar niet lang blijven. Laat staan dat je daar, in die enorme kille rechthoekige ruimte, je broodje pindakaas op zou gaan smikkelen. Laat staan dat je daar, in die enorme kille rechthoekige ruimte, met niets om je aan vast te klampen, een gesprek zou aanknopen met een jachtig voorbij lopend figuur, wat wellicht de liefde van je leven had kunnen zijn. De enige vriend in het kille gebouw is het oog, het anonieme oog van de goede overheid, in de vorm van een soapkijkende bewaker die ook maar een mens is. Een overheid in de rol van God, met een alziend oog registreert zij het alles, ongeacht of het goed of slecht is. De kille veiligheid is een veiligheid die wordt beheerst door controle, ongeacht of er wel of geen dreigend gevaar is. Er wordt controle uitgevoerd voor het geval er een gevaar kan ontstaan voor die veiligheid. De kille veiligheid is de anonieme bewaker, camera’s op elke straathoek. Regeltjes die bij elkaar een onontkoombaar web vormen in het dagelijks leven. Regeltjes die gemaakt zijn om de uitzonderingen te pakken, maar als bijeffect de meerderheid waar het prima mee gaat hierin bijsluiten.

Deze kille veiligheid is niet gewenst door de consequenties en de paradox die in deze vorm van veiligheid schuilt. Ten eerste, deze vorm van veiligheid is niet pragmatisch. Men kan simpelweg niet alle informatie opslaan en deze vervolgens controleren. De hoofdzaken moeten van de bijzaken worden gescheiden en dit is een onmogelijk karwei. Controle moet alleen toegepast worden waar het nodig is, dus geen camera op elke straathoek. Daarnaast is er geen duidelijke scheiding wat men wel en niet kan toelaten. Als iemand bier drinkend over straat loopt, en dit wordt geregistreerd door een camera, moet men dit dan door de vingers zien? Dit zou een ondermijning betekenen van de eigen principes. In het geval van speelse veiligheid zou je kunnen zeggen, wat men niet ziet, is er niet en daar hoeft men ook zijn hoofd niet over te breken. Maar nu ziet men alles en waar de grens ligt wat men wel en niet aan wil pakken wordt allerminst duidelijk.

Ten tweede, de privacy, en zo ook de veiligheid, van de burger komt in het geding. De controle van de burger wordt onderworpen aan de grillen van de bestuurder. De bestuurder bepaalt wat een klein vergrijp is en wat een groot vergrijp is. Met de huidige doorgeslagen regelgeving wordt men al snel beoordeeld als een crimineel. Daarnaast weet men nooit wat voor overheid er in de toekomst plaats zal nemen achter de camera. Niet iedereen vertrouw je je persoonlijke informatie toe. En eenmaal gegeven informatie krijg je moeilijk terug. Uit de tweede wereldoorlog hebben we geleerd dat de overheid niet altijd te vertrouwen is. Wie weet wat de toekomst brengt?

Ten derde laten de maatregelen die horen bij de kille vorm van veiligheid weinig ruimte voor flexibiliteit. Dit is een ernstige aanslag op de creativiteit. Iedereen kent het gevoel zich opeens heel bewust te zijn van zichzelf als hij een politieauto ziet. Strenge regels en strakke procedures zorgen ervoor dat de vooruitgang van een land stagneert. De dialectiek die de bron is van vooruitgang wordt gedwarsboomd. Berlijn ontwikkelt zich bijvoorbeeld op creatief gebied erg snel, een van de redenen daarvoor is omdat de politie zich met grote zaken bezighoudt en niet met dingen die in principe niet mogen volgens de wet, maar geen overlast veroorzaken. Bijvoorbeeld matig drugsgebruik in clubs, het niet voldoen aan bepaalde wettelijke voorschiften etc. De politie heeft wel wat beters te doen.

Ten vierde is kille veiligheid niet wenselijk door de paradox die er in schuilt. Door mensen te laten zien dat men ze controleert, zogenaamd om de veiligheid te vergroten, krijgen mensen het besef dat er altijd gevaar op de loer ligt. Het ophangen van camera’s bijvoorbeeld geeft mensen het gevoel bekeken te worden. Het geeft mensen ook het besef dat er mensen zijn die niet te vertrouwen zijn. De behoefte, een gevoel van veiligheid, wordt door de kille veiligheid niet gewaarborgd.

Het belangrijkste punt waarom speelse veiligheid beter is dan kille veiligheid kunnen we illustreren aan de hand van het volgende voorbeeld. In tunnelraveAmsterdam werd vorig jaar op de autovrije zondag een dancefeest gehouden in een tunnel bij het Weesperplein. Er waren geen hekken, geen bewakers die mensen fouilleerden, en het ging prima. Dit jaar echter, waren er hekken om de tunnel gezet en mensen werden eerst gefouilleerd voordat ze naar binnen mochten. De resultante was dat de zelfregulatie werd verstoord, er was geen flexibiliteit, het werd te druk binnen, en mensen konden niet naar weerszijden van de tunnel uitwijken. Het werd zo druk dat mensen de hekken om hebben geduwd, het werd een chaos. De hekken waren overigens totaal overbodig, iemand die kwaad wil kan ook een wapen over het hek gooien en iemand die drugs mee wil nemen krijg het toch wel mee naar binnen.

Als de speelse veiligheid hier was toegepast, had men pragmatisch gekeken en bedacht dat er wel politie aanwezig moet zijn, maar op een afstand, voor als het uit de hand loopt. Loopt het niet uit de hand, dan heeft men aan het eind van de avond de politie niet eens opgemerkt.

Veiligheid en speelsheid bijten elkaar dus niet. Sterker nog, voor een veilige samenleving moeten we mensen de ruimte geven. Met de doorgeschoten regels omtrent het veiligheidsbeleid, creëer je een samenleving die verder veranonimiseert, en verder individualiseert. Met een doorgeschoten veiligheidsbeleid maak je de creatieve, improviserende burger kapot. Je creëert afstand tussen de burger en de overheid, maar je creëert ook afstand tussen de burgers onderling omdat constant op de achtergrond aanwezig is dat je wordt gecontroleerd, wat het besef doet rijzen dat er tussen de mensen om je heen mensen zitten die niet te vertrouwen zijn. Men gaat elkaar hierdoor niet meer wijzen op zaken die niet door de beugel kunnen, de sociale controle zal nog erger in het slop raken dan het al is.

Men moet als overheid niet alle verantwoordelijkheid naar zich toe willen trekken. Geef burgers op veel gebieden eigen verantwoordelijkheid. Wordt deze niet genomen, dan kan men overgaan tot sancties. Maar wees niet te streng, iedereen maakt fouten en van fouten leert men immers. Geef voorlichting over risico’s, probeer risico’s te vermijden, maar probeer ze niet ‘kosten wat het kost’ tot nul te reduceren.

Als het aan Ravebaar Nederland ligt dan plaatsen we waarschuwingsborden bij het ravijn, plaatsen we waarschuwingsborden bij het bos, grijpen we in als iemand een ander in het ravijn wil duwen, bouwen we een brug en zetten we in het bos speurtochten uit.